STAN® S31 Basis CTG-monitor
STAN® S31 Basis CTG-monitor

Een CTG-apparaat wordt meestal om de tien jaar vervangen. De aanschaf van een CTG-monitor heeft dus belangrijke consequenties voor het foetale monitoring-beleid op de langere termijn. Het is daarom belangrijk bij de aanschaf de juiste keuze voor de toekomst te maken. Onlangs is de nieuwe STAN® S31 Basis CTG-monitor beschikbaar gekomen. Dit is een instapmodel zonder ST-analyse, dat minstens evenveel mogelijkheden biedt als een klassiek CTG-apparaat. 

Met de aanschaf van de nieuwe STAN S31 Basis CTG-monitor, een kwalitatief hoogstaand CTG-apparaat met een lage instapprijs, kunnen ziekenhuizen zich alvast voorbereiden op de toekomst. Na aanschaf van een upgrade-licentie is het mogelijk de ST-analyse toe te voegen.

STAN Basis CTG-monitor

De STAN S31 Basis CTG-monitor is geschikt voor de uitwendige en inwendige foetale bewaking met de volgende patiëntsensoren:

  • Twee ultrasone transducers voor meting van de foetale hartslag (eenlingen en tweelingen)
  • De tocotransducer registreert de uterusactiviteit van de moeder
  • De beenplaat: met een schedel- en een huidelektrode wordt het foetale ECG geregistreerd. De STAN vertaalt dit in de foetale hartslag
  • Intra-uteriene sensor voor registratie van de intra-uteriene druk

Gegevens worden continu op een touchscreen weergegeven en bij aansluiting op een thermische recorder ook op papier. De STAN-registraties worden in Mosos weergegeven en opgeslagen.

Ook maternale parameters kunnen worden geïmplementeerd in zowel de STAN S31 Basis CTG-monitor als in de STAN S31 full option. Op het scherm en op de printversie worden de volgende parameters weergegeven:

  • niet-invasieve bloeddruk
  • zuurstofsaturatie
  • maternale hartslag

Neoventa, de fabrikant van STAN, heeft op een intelligente manier verwarring willen voorkomen tussen de maternale en de foetale hartslag. De maternale hartslag wordt door middel van een groene stippellijn op het scherm gepresenteerd, en is duidelijk te onderscheiden van de doorlopende lijn van de foetale hartslag. Beide hartslagen worden automatisch gecontroleerd op coïncidentie. Bij twijfel waarschuwt het systeem. Andere maternale parameters worden gepresenteerd bovenaan het scherm. Verder kunnen via de Rimkus-telemetrie hartslag en contracties nu ook draadloos worden weergegeven in STAN.

Er is de mogelijkheid tot zowel visuele als auditieve alarmering, of een combinatie van beide. De alarmen zijn instelbaar voor tachycardie, bradycardie, signaalverlies, stuitligging, alsook bij twijfel tussen twee hartslagen.

Dankzij de modulaire opbouw kunnen aan de STAN S31 Basis CTG-monitor toekomstige functionaliteiten worden toegevoegd. Alle huidige en toekomstige parameters kunnen eveneens worden geïmplementeerd in de STAN S31 met ST-analyse. Conclusie: de nieuwe STAN S31 Basis CTG-monitor en de STAN S31 full option met ST-analyse bieden beide garanties voor een solide foetaal monitoring-beleid dat gericht is op de toekomst.