Nieuws uit de zorgsector
Nieuws uit de zorgsector
Downsyndroom mag er zijn
17-7-2009

Leven met downsyndroom is veel minder problematisch dan vroeger en meestal is er geen sprake meer van ernstig lijden. In die geest moeten artsen aanstaande ouders adviseren als de vraag van zwangerschapsonderbreking aan de orde is.

De ontwikkelingen rondom downsyndroom zitten in een spagaat. Aan de ene kant zijn er steeds betrouwbaardere methoden van prenataal onderzoek op een kind met downsyndroom. Het is mogelijk om ouders hier vroeg en volledig over te informeren en hen aldus in staat te stellen een keus te maken voor of tegen het afbreken van de zwangerschap. Uitgangspunt en tevens morele onderbouwing van het prenataal onderzoek is dat downsyndroom wordt gezien als een ernstige, onbehandelbare aandoening en dat met de mogelijkheid van zwangerschapsafbreking leed kan worden voorkomen.1 Een selectieve zwangerschapsafbreking wordt in Nederland een aanvaardbare optie geacht om ernstig lijden van kind en ouders te voorkomen.

Aan de andere kant is intussen ook de kwaliteit van bestaan van mensen met downsyndroom aanzienlijk verbeterd, vergeleken met de tijd dat de prenatale diagnostiek in de kinderschoenen stond. Het is dan ook de vraag of downsyndroom wel zo ernstig is en zo veel leed met zich meebrengt voor de persoon zelf en de naaste familie.
Opvallend genoeg komt dit zelden of nooit aan de orde in het kader van de prenatale diagnostiek.

Bron: Medisch Contact, nr 29/30 van 14 juli 2009


Lees meer