Waterinjecties in de huid van de onderrug zijn een eenvoudige pijnbehandeling tegen lage rugpijn tijdens het baren. Vrouwen krijgen, vaak tijdens een wee, heel snel vier prikken in de onderrug toegediend. In Scandinavië wordt deze techniek al sinds 1980 in de verloskunde gebruikt, nu lijkt die ook in Nederland terrein te winnen. In het Almelose ZGT ziekenhuis wordt de behandeling al aangeboden.
Astrid Schelvis, klinisch verloskundige in het ZGT, deed onderzoek onder vrouwen die waterinjecties -ofwel een intradermaal waterblok- kregen bij de bevalling. Bij 60% bleek de behandeling effectief: vrouwen gaven een lage pijnscore aan. Bij 30% van de vrouwen werd weliswaar een pijnreductie bereikt, maar was het effect matig.
Pijnvermindering treedt snel op, meestal al meteen na de toediening van de injecties. Het effect kan volgens internationaal onderzoek wel 45 minuten tot 2 uur aanhouden. Het enige nadeel van waterinjecties is de kortdurende scherpe pijn bij toediening. Deze pijn kan worden ondervangen door de injecties subcutaan te geven. Er zijn geen nadelige bijwerkingen bekend van het intradermaal waterblok.
De behandeling is volgens Schelvis vooral geschikt voor een korte, snelle actie bij vrouwen die veel rugpijn ervaren tijdens de bevalling. "Dit kunnen eerstbarenden zijn die al bijna volledige ontsluiting hebben en nog een korte periode moeten overbruggen. Of vrouwen die al eerder zijn bevallen en die waarschijnlijk snel zullen ontsluiten."
Ook voor vrouwen die in afwachting zijn van andere vormen van pijnbehandeling zouden steriele waterinjecties een uitkomst kunnen zijn.
De effectiviteit van waterinjecties wordt door diverse internationale placebo-gecontroleerde onderzoeken bevestigd (oa. Foggarty 2008; Huntley 2004; Simkin 2002; Wallin 2001).
De KNOV vindt de steriele waterinjecties als pijnbehandeling tijdens de baring een interessante optie. Binnenkort start een onderzoek naar de toepasbaarheid van waterinjecties in de eerstelijns verloskundige praktijk. Eerst wordt een gedegen literatuuronderzoek gedaan. Pas wanneer de resultaten van het deze onderzoeken bekend zijn, kan de KNOV beslissen of er voldoende onderbouwing is om deze pijnbehandeling aan te kunnen bieden.
Bron: Tijdschrift voor Verloskundigen (september 2009),
www.knov.nl 14 september 2009