Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam | BMA Nieuwsbrief september 2006
Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam | BMA Nieuwsbrief september 2006
OLVG en BMA: werken aan nieuwe zorgconcepten
Het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam is – met 550 bedden en ongeveer 2600 medewerkers – het enige grote algemene ziekenhuis dat letterlijk en figuurlijk midden in het hectische hoofdstedelijke leven staat. Jaarlijks bezoeken bijna driehonderdduizend mensen de polikliniek, worden ruim veertienduizend mensen behandeld in dagbehandeling en vinden twintigduizend meerdaagse opnames plaats. Het OLVG is een populair opleidingsziekenhuis, dat bestaat uit zelfstandige business units. De specialisten van het OLVG zijn integraal verantwoordelijk voor de prestaties van die units en denken ook actief mee over manieren om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Zo doet de business unit Gynaecologie/Verloskunde mee aan het project Werken zonder wachtlijst. Het doel hiervan is een snelle toegang tot de polikliniek voor iedere patiënt. Met wachttijden voor herhalingsbezoeken die terugliepen van soms zes naar twee weken is dat gelukt. Even belangrijk is het voor het OLVG om, naast het introduceren van nieuwe vormen van zorg, de organisatie op de poliklinieken zelf te verbeteren. Het eerste punt loopt als een rode draad door het gesprek met Jan van Lith, gynaecoloog en Annemiek Klijn, hoofd van de poli Verloskunde: nadenken over nieuwe vormen van zorg.

Keuze voor Mosos
Met rond de 2100 bevallingen en een mogelijke doorgroei naar 2500 per jaar loopt het OLVG in de regio Amsterdam voorop. Gynaecologie/Verloskunde is ongeveer vijf jaar geleden begonnen met het CTG-systeem Mosos, dat al snel werd gevolgd door Mosos <P> en <O>. Van Lith: “Toen ik hier zeven jaar geleden begon heb ik gelijk aan de Raad van Bestuur gevraagd om een elektronisch dossier, zeker voor de Verloskunde. We wilden toen echt iets met het CTG gaan doen. Het OLVG had weliswaar zelf ook een CTG-systeem ontwikkeld, maar dat vertoonde toch wat kinderziekten. Ik heb er toen wat meer druk opgezet om Mosos <CTG> van BMA aan te schaffen, omdat dit een werkend systeem was. Vanwege de compatibiliteit lag het voor de hand daarna ook de andere producten van BMA aan te schaffen.” Op dat moment liep Van Lith eigenlijk al tegen de eerste beperkingen van de toenmalige elektronische dossiers op: “Bij BMA heb je het over de 2e en 3e lijn. Wat wij als ziekenhuis wilden was een vloeiende overgang van dossier tot dossier, zodat de 1e lijn bij ons naar binnen zou kunnen kijken en andersom. Het belangrijkste daarbij was voor ons dat we één heldere dossierlijn uitzetten voor de zwangere, van het begin tot en met de bevalling en daarna.” Inmiddels wordt er door alle betrokken partijen, inclusief BMA, aan een dergelijk concept gewerkt. Belangrijk is de inbreng van het ‘Mosos-team’ van het OLVG, naast geïnterviewden bestaande uit Billy van Gils, verloskundige, die bij de implementatie als kartrekker fungeerde, Jacques Renooij, hoofdverpleegkundige en Walter de Kok, netwerkbeheerder.

Annemiek Klijn en Jan van Lith

Annemiek Klijn en Jan van Lith

Communicatie sterk verbeterd
Bij de aanschaf van de nieuwe Mosos-producten door het OLVG in 2002 en 2003 zat BMA nog vast aan bepaalde hardware. Ook was er een ander management. Dat bracht een zekere starheid in de ondersteuning met zich mee, die bij Annemiek Klijn niet goed viel: “Voor veel medewerkers was het al moeilijk genoeg om de pen los te laten ten gunste van een elektronische dossiervoering. Op dat moment moet er gewoon ondersteuning zijn en die was er naar mijn idee te weinig. Zelfs de offertes lieten te lang op zich wachten en gaven niet weer wat wij hadden gevraagd. Sindsdien is er veel veranderd. BMA denkt echt mee over onze ervaringen met Mosos op de werkvloer. Bij de laatste migratie en de uitbreiding van ons Mosos-systeem in april hebben we bovendien gewoon zelf onze hardware kunnen aanschaffen. In het najaar krijgen we een nieuwe versie en ik verwacht dat daarin weer een aantal van onze vragen is opgelost.” Van Lith: “Naar mijn idee zou een lokale versie van Mosos helemaal ideaal zijn, dus een systeem dat echt is afgestemd op de situatie in één individueel ziekenhuis. Maar dat lijkt me onhaalbaar. In elk geval juich ik het toe dat BMA tegenwoordig mensen aantrekt die in het veld van de tweedelijns verloskunde werkzaam zijn geweest. Zeker als deze als Mosos-applicatiebeheerders hebben gewerkt. Zolang BMA maar beseft dat die werkvloer er over een paar jaar weer heel anders uitziet en die kennis daarmee verouderd is. Het contact tussen werkvloer en ontwikkelaars, daar is echt nog veel meer uit te halen.”

De zorg van morgen: geef de patiënt/cliënt het dossier terug
Nadenken over betere zorg. In het OLVG lijken ze naast de drukte van een verloskundige afdeling niet veel anders te doen. Neem het Single Room Maternity Care-concept, waarbij moeders tijdens bevalling en kraamperiode op één kamer blijven, verzorgd door onder andere hun familieleden en ondersteund door het verplegend personeel. Dat vraagt ook een heel andere instelling van het personeel. In het OLVG wordt eraan gewerkt. Maar de echte innovatie zit volgens Van Lith op dit moment in de nieuwe wijk IJburg, die door alle zorgverlenende instellingen – dus van huisarts tot ziekenhuis – zonder voorwaarden vooraf wordt gebruikt ter verkenning van nieuwe zorgvormen, inclusief nieuwe manieren van communiceren via webportals. Van Lith: “In IJburg zie je hoe interactief je met de 1e lijn kunt zijn. Wij willen de zwangere centraal stellen in een nieuw zorgconcept en dat kan door het dossier aan haar terug te geven. Idealiter zal ze straks thuis op haar scherm in haar dossier kunnen kijken wat de uitslag van een bloedprik is en lezen in welke apotheek ze haar ijzertabletten kan halen. Ze zal elektronisch vragen kunnen stellen aan Annemiek of aan mij, of aan de deelnemende huisartsen of verloskundigen. Wij denken dat we hiermee uiteindelijk tijd gaan besparen die we dus weer kunnen gebruiken voor andere dingen. In theorie kun je zelfs denken aan een soort zelfhulpchatbox, maar dan wél onder strikte controle van het OLVG, omdat we niet willen dat iemand ongestructureerd op internet gaat grasduinen. Over deze en andere concepten blijven we nadenken en we verwachten dat leveranciers als BMA hierin met ons meedenken.” Meedenken over nieuwe en betere producten, dat is iets dat Annemiek Klijn dagelijks doet: “Om maar iets heel praktisch te noemen, voor de labuitslagen moet ik heen en weer schakelen tussen Mosos en X-Care. Dat is heel veel werk. Verder zou ik bepaalde gegevens anders gerangschikt willen zien. Daar zullen we het met BMA zeker over hebben, want we willen met Mosos ook verder de toekomst in.”