Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk | BMA Nieuwsbrief april 2007
Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk | BMA Nieuwsbrief april 2007

Gewoon doen
Met 375 bedden is het Rode Kruis Ziekenhuis (RKZ) in Beverwijk misschien niet het grootste ziekenhuis in Nederland. Maar het RKZ Brandwondencentrum is wereldberoemd en het ziekenhuis zelf is als enige in Nederland ISO 9001:2001-gecertificeerd voor alle afdelingen. Dat geldt dus tevens voor de afdeling Gynaecologie & Obstetrie.

Nu ook werken met STAN®
In 1920 moest de vrouw van een Beverwijkse ondernemer met zware zwangerschapscomplicaties in allerijl naar een ziekenhuis in Haarlem worden vervoerd. Haar echtgenoot zwoer dat – mochten vrouw en kind gezond thuiskomen – hij in Beverwijk een ziekenhuis zou bouwen. Gewoon doen. Met enige vertraging kwam dat ziekenhuis er in 1927 en men werkt er nog steeds onder het nuchtere Noord-Hollandse motto ‘Gewoon doen’. Op de afdeling Gynaecologie & Obstetrie uit zich dat op allerlei manieren. Zo schafte de afdeling – gebruiker van Mosos <P> en <CTG> sinds 2001 – zich onlangs een STAN®-apparaat aan om de 1250 jaarlijkse bevallingen nog beter te kunnen begeleiden. Ook wordt actief gekeken naar manieren om dingen te verbeteren. Hoofdverpleegkundige Verloskunde, Gynaecologie en Kindergeneeskunde Marko Wentzel ontwikkelde bijvoorbeeld zelf een in hoogte verstelbare babybadunit – de enige in Nederland – en een nieuw verpleegkundig dossier dat in de toekomst zonder problemen te automatiseren is. Mosos en STAN passen hem: “Het grote voordeel van STAN is dat je eerder op de hoogte bent van het welbevinden van de ongeborene. Het is trouwens wel redelijk complex om die toestand te beoordelen. Je kunt er fouten mee maken en dat kunnen we ons in dit vak niet veroorloven. Vandaar dat we binnenkort weer een nieuw scholingstraject beginnen voor het gebruik van STAN/CTG. In Nederland is het nog geen standaardonderzoeksmethode, terwijl ze er in België al veel meer ervaring mee hebben. Overigens hebben we STAN aangeschaft voordat BMA de distributeur werd. BMA doet nu naast de distributie ook de aftersales.”

Marko Wentzel

Marko Wentzel

Mosos integreren in het EPD
In 2005 is het Rode Kruis Ziekenhuis samen met een aantal andere ziekenhuizen een traject ingegaan om te komen tot een algemeen EPD. De afdeling Gynaecologie & Obstetrie is volgens Wentzel echter meer gebaat bij de integratie van het domeinspecifieke Mosos in dit algemene EPD: “Een algemeen EPD als i.s.h.med is niet ideaal voor de Verloskunde. Maar we zitten nu eenmaal in een situatie waarin de budgetten beperkt zijn en een specifiek elektronisch dossier voor de Verloskunde is toch een hele investering. Ik zie het EPD zelf als een verzamelkijkdoos. Mits geautoriseerd kun je als gebruiker van alles bekijken, maar dat hoeft niet. Een uroloog moet bijvoorbeeld wel via het EPD een overdrachtsrapport na een bevalling in Mosos kunnen inzien, maar echt geen partusverslag. We hebben net de pilot afgerond van een nieuw zelfontwikkeld verpleegkundig dossier. Dat kan op termijn relatief gemakkelijk worden ingepast in het EPD, en zo moet het met Mosos dus ook. Het hoeft niet in het EPD te zitten, zo lang het EPD maar bij de gegevens kan. De koppeling tussen Mosos en het ZIS werkt nu immers onder SAP en die is heel stabiel. Op termijn denken wij er dus zeker aan ook met Mosos <O> te gaan werken en dat in het EPD in te passen.”

Zelf meedenken over het gebruik van Mosos
Het Rode Kruis Ziekenhuis heeft een Mosos-upgradecontract en krijgt dus automatisch steeds de nieuwste versie. Afgelopen februari is het ziekenhuis gemigreerd naar Versie 7.2. Ook is alle oude hardware vervangen. Het is volgens Wentzel een hele verbetering: “We hebben zelf de hardware mogen uitkiezen en konden dus terecht bij onze eigen leverancier. Neem alleen de oude printer. Die was enorm en nam echt de tijd om een verslag uit te draaien. Dat is nu zo gebeurd. Verder kan de gynaecoloog voortaan de CTG’s thuis bekijken via Mosos <CTG> WebConsole en waar we echt heel blij mee zijn is dat onze nachtdienst niet langer naar de verloskamers hoeft te lopen om de CTG’s te bekijken. Samen met BMA hebben we gekeken hoe we dat deel van het proces op een kosteneffectieve manier konden verbeteren en één van de opties die BMA ons aanreikte was zelf een scherm ophangen met een verlengsnoer en een splitter. ICT-oplossingen voor de Verloskunde zijn gewoon niet goedkoop en ook ons budget is beperkt, maar op dergelijke momenten merk je dat je geen nummer bent. Wat ik bewonder aan BMA – en dat is echt een verschil tussen het bedrijfsleven en de gezondheidszorg – ze stoppen pas als het klaar is.”