KPS in Leiden op koers, juni 2009
Het Regionaal Centrum Noordelijk Zuid-Holland in Leiden is sinds 1 januari 2007 ook verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging van het prenatale screeningproces in de regio noordelijk Zuid-Holland. Volgens Ine de Rijk van BMA, die een groot aandeel heeft gehad in de ontwikkeling van KPS, verloopt het met KPS in Leiden en omstreken uitstekend: ‘Je ziet dat steeds meer deelnemende centra met KPS gestandaardiseerd gegevens gaan invoeren. Op dit moment zijn circa 2.500 registraties gedaan. In feite is er sprake van een versnelling in de ontwikkeling.’ Dat beeld wordt bevestigd door Annemieke van Rooden, coördinator van de prenatale screening in de regio Noordelijk Zuid-Holland: ‘Eén van mijn taken is om zo veel mogelijk praktijken te bezoeken en ze kennis te laten maken met KPS. Die bezoeken gaan nog wel even duren, maar het is duidelijk dat zodra ze zien wat het systeem kan, ze direct enthousiast worden.’
De kracht van KPS: statistieken en analyse van gegevens
Naast de vele statistieken die thans in KPS beschikbaar zijn en die zijn gebaseerd op de eisen voor de minimale dataset van het RIVM werkt BMA tevens aan een separate analysemodule. Deze stelt gebruikers in staat uiteindelijk over de gehele database naar eigen behoefte zeer gedetailleerde analyses te maken, die veel verder gaan dan de huidige eisen ten aanzien van de minimale dataset. Ine de Rijk: ‘Met deze add-on module kan de gebruiker veel meer doen met zijn statistieken. Niet alleen de Inspectie voor Volksgezondheid wil die statistieken zien om bijvoorbeeld te zien hoe veel tijd verloopt tussen de verschillende stappen in een proces. Nu reeds bij de huidige statistieken blijkt dat de gegevens zo inzichtelijk worden dat de deelnemende centra er gelijk iets van kunnen leren voor hun eigen werkprocessen.’ Eind september komen alle contractanten bij elkaar voor een regiobijeenkomst. Dan is de nieuwe add-on analysemodule zeker beschikbaar. Annemieke van Rooden maakte de eerste demo van die nieuwe functionaliteit mee: ‘Dat zag er veelbelovend uit. BMA heeft laten zien wat er allemaal mogelijk is. Ik werk natuurlijk aan de implementatie van KPS in de regio én ben daarnaast als echoscopist in twee Leidse ziekenhuizen ook een gebruiker. Het systeem heeft veel mogelijkheden. KPS stelt ons in staat op dit moment al volledig aan de gang te gaan en de gegevens te verzamelen die nodig zijn voor een goede kwaliteitsbewaking.’ Met hulp van BMA.
KPS de nieuwe standaard? maart 2009
Misschien wel als het aan perinatoloog Dick Oepkes van het LUMC ligt. Hij miste de afgelopen jaren in de prenatale screening een betrouwbare gestructureerde check op de kwaliteit ervan. Volgens hem is die er namelijk al: het KPS van BMA.
Het is mogelijk dat Dick Oepkes niet helemaal objectief is. De banden tussen het LUMC en BMA zijn immers hecht. Bovendien is het KPS ‘zijn’ ding: ‘Je kunt ons ziekenhuis gerust een proeftuin noemen. Mijn rol ligt vooral bij het KPS. Op 1 januari 2007 is de landelijke prenatale screening van start gegaan. De kwaliteitsborging hiervan is regionaal georganiseerd en wij zijn verantwoordelijk voor de regio noordelijk Zuid-Holland. Iedereen wist dat je voor een goede kwaliteitsborging ook goede ICT-ondersteuning nodig hebt. Maar dat is enige tijd blijven liggen. Andere onderdelen van het screeningproces kregen meer prioriteit.’ En toen ging Dick Oepkes in 2006 naar Zweden: ‘Daar hadden ze een multifunctionele web-based database, die ze ook gebruikten voor prenatale screening. Dat leek mij zeer bruikbaar voor Nederland. Tijdens de International Fetal Medicine and Surgery Society Conference in 2007 op Aruba kwamen de Zweden in contact met BMA, en BMA heeft mij later benaderd om aan de ontwikkeling van het KPS mee te werken.’
KPS: wachten of doorgaan?
Het probleem is dat er hier verschillende ontwikkelingen en belangen door elkaar lopen. De overheid moet vastgestelde paden volgen, de perinatologie heeft eigen prioriteiten en het bedrijfsleven heeft een systeem beschikbaar, KPS. Dat is een webapplicatie die 24/7 beschikbaar is, niet onbelangrijk in de ketenzorg. Oepkes: ‘Uiteindelijk kan het KPS landelijk worden gebruikt. Sterker nog: waarom zou het land dit niet willen? Het RIVM en het ministerie van VWS zitten vast aan een Europees aanbestedingsproject. Zowel BMA als wij dachten dat zoiets veel te lang gaat duren. Nu hebben we een goede oplossing die snel leverbaar is en de perfecte kwaliteitscontrole biedt voor de prenatale screening. We zijn nu al twee jaar aan het screenen en iets als KPS is nu nodig. Daarom hebben wij het betaald uit ons eigen budget. KPS voldoet aan alle eisen die je kunt hebben. Bovendien zijn wij een academisch ziekenhuis. Het vormt ook een basis voor toekomstig onderzoek.’ In afwachting van verdere ontwikkelingen is Dick Oepkes alweer stappen verder: ‘Op dit moment zijn we samen met de meest enthousiaste centra in de regio KPS aan het implementeren en werken we aan het optimaliseren van de processen. Binnen drie of vier maanden zou het in onze regio grootschalig kunnen worden gebruikt, zodra de mensen zien dat je er veel voor terugkrijgt, zoals bijvoorbeeld minder papier, altijd overzicht over je eigen statistieken en instantvergelijking van de onderlinge kwaliteit. Het is nu zoals ik dacht dat het zou moeten zijn, echt een enorme sprong voorwaarts op basis van het originele Zweedse systeem.’