Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden | BMA Nieuwsbrief november 2005
Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden | BMA Nieuwsbrief november 2005
De afdeling verloskunde van het LUMC en BMA: een prettige samenwerking
Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) komt voort uit het Academisch Ziekenhuis Leiden en de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit Leiden. Het is – met ongeveer 7000 medewerkers en alleen al bijna 80.000 eerste polikliniekbezoeken in 2004 – een instelling waar grote aantallen hand in hand gaan met een rijke traditie. Reeds in 1636 beschikte de Leidse geneeskunde over 12 zogenaamde onderwijsbedden, waar twee keer per week klinische colleges werden gegeven. Leiden was daarmee de eerste universiteit benoorden de Alpen met een ‘teaching hospital’.

Internationale toppositie altijd gebleven
Het LUMC heeft de leidende positie steeds kunnen behouden en is onder meer hét landelijke verwijscentrum op het gebied van de foetale geneeskunde. Humphrey Kanhai, afdelingshoofd verloskunde: “Wij vervullen een landelijke functie. Mensen komen bijvoorbeeld naar het LUMC bij gecompliceerde tweelingzwangerschappen – denk daarbij aan het Tweeling Transfusie Syndroom – of voor ernstige bloedgroepsensibilisaties, waarvoor zonodig aan de foetus bloedtransfusies worden gegeven.” De ICT speelt in de Leidse verloskunde een belangrijke rol, en binnen het LUMC wordt deze afdeling dan ook gezien als leidend op dit gebied. Frans Klumper, chef de policlinique en Mosos-beheerder, maakt vanaf 1997 gebruik van de CTG-registratie van Mosos: “We hebben gekozen voor continuïteit vanuit Mosos <CTG> met een zo groot mogelijke integratie van gegevens van bijvoorbeeld polikliniekbezoek, prenatale diagnostiek, echoscopisch onderzoek en de partus en hebben daarom sinds januari 2001 de gehele Mosossuite in gebruik. We zijn inmiddels al vijf jaar geleden overgegaan van werken met papier naar een vrijwel compleet EPD. Mosos valt bovendien goed te integreren met andere systemen.” Papierloos kunnen werken, dat is volgens Kanhai het grote voordeel van Mosos: “Een patiënt in de verloskunde komt vaak ’s avonds, ’s nachts of in het weekend en de poli is bijna nooit vlakbij de afdeling verloskunde. Op die momenten is de papieren status dan vaak niet te vinden.” Frans Klumper: “We hebben gemerkt dat de papieren status in dit soort gevallen op acht verschillende plekken kan liggen. Maar ook de directe beschikbaarheid en toegankelijkheid van de data, zodat we onder meer zelfontwikkelde applicaties kunnen gebruiken, vormen voor de afdeling een belangrijk pro.”

Strategische samenwerking met BMA
Dat de Leidse verloskunde op het gebied van de automatisering inmiddels een voorbeeldfunctie vervult binnen het LUMC heeft alles te maken met de ICT-kennis en -ambitie van Frans Klumper en docent echoscopie Robertjan Meerman. In dit kader moet ook de samenwerking worden gezien tussen de afdeling verloskunde van het LUMC en BMA. Het LUMC en BMA willen de gezamenlijk opgebouwde expertise verder bundelen en benutten. Klumper: “BMA is voor ons altijd een goede partner geweest en de afdeling verloskunde van het LUMC heeft op haar beurt altijd veel aangereikt vanuit het veld. Onze toekomstige samenwerking richt zich voornamelijk op wat wij hier het grote integratieproject noemen. Onlangs zijn we overgegaan op Mosos Versie 7 SQL, maar er moet nog veel meer gebeuren. Het LUMC wil in samenwerking met BMA diverse koppelingen gaan realiseren, zoals een koppeling met het cytogenetisch laboratorium, met het RIVM, een labkoppeling met Glims en een koppeling van de Bouwsteencorrespondentie in Mosos met Mirador. Daarnaast wil het LUMC toe naar een formelere versie van de verrichtingenregistratie en naar automatische DBC’s. Er wordt al door verpleegkundigen, een secretaresse, artsassistenten en stafleden van het LUMC samen met BMA gewerkt aan de ontwikkeling van een Kliniek- of Afdelingsmodule om een nog bestaande lacune in de Mosos-suite zo snel mogelijk op te vullen.” In de praktijk betekent dit dat het LUMC de volgende stap zet op weg naar de vernetwerking van de verschillende elektronische systemen. Humphrey Kanhai: “Als universitair medisch centrum moet je voortdurend initiatieven ontplooien die de kwaliteit ten goede komen: in de zorg, het onderwijs en het onderzoek. Zoals reeds door Frans Klumper is gememoreerd werken wij nu mede aan een pilot voor het realiseren van een klinisch dossier als aanvulling op het poliklinisch dossier, zodat we echt papierloos kunnen gaan werken. In zoverre is de samenwerking met BMA voor ons zeer interessant.”

Eigen applicaties
Een belangrijke succesfactor voor de implementatie van Mosos was de mogelijkheid zélf applicaties te ontwikkelen om destijds nog ontbrekende functionaliteit te ondervangen. Dezelfde flexibiliteit komt van pas bij afdelingsspecifieke wensen, waaraan landelijk niet per se behoefte zal bestaan. Meerman: “De door onszelf ontworpen toepassingen hebben vooral te maken met de derdelijns verloskunde, waaronder vanzelfsprekend de prenatale diagnostiek. Daarbij kun je denken aan bespreeklijsten ten behoeve van gezamenlijke besprekingen of aan uitslagbrieven van invasieve ingrepen, zoals de vlokkentest. Of aan de facturering van geavanceerde echoscopische handelingen in verband met mogelijke aangeboren afwijkingen. Het handige van onze toepassing is dat alles per dag of per week tegelijk kan worden uitgedraaid. Iedere dag loopt er bij ons een programma dat kijkt welke echo’s er die dag hebben plaatsgevonden, en die worden dan automatisch gefactureerd.” Frans Klumper: “BMA is blij met ons en wij zijn blij met BMA én met Mosos. Het dossier gaat er steeds meer uitzien zoals wij dat willen.”