Mesos kiest Mosos
Mesos Medisch Centrum bestaat uit de ziekenhuizen Mesos Oudenrijn en Mesos Overvecht, polikliniek Mesos Leidsche Rijn en het Mesos Diabetescentrum. Met 529 bedden, 1500 medewerkers en 130 medisch specialisten is Mesos het grootste stadsziekenhuis van Utrecht. Samen met het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein vormt Mesos de AntoniusMesosGroep.
Mesos volop in beweging
In 2010 wordt de nieuwbouw van Mesos in het stadsdeel Leidsche Rijn betrokken, al is op termijn een fusie met het St. Antonius, en als gevolg daarvan voor de afdeling Verloskunde en Gynaecologie van Mesos met AlNatal – het Moeder- en Kindcentrum in Nieuwegein – ook niet uitgesloten. Maar tot die tijd is er op de afdeling Verloskunde en Gynaecologie van Mesos Oudenrijn nog genoeg te doen. De missie van Mesos stelt de zorgvraag van de patiënt centraal en dat betekent dat de staf actief werkt aan de ontwikkeling van een totaalconcept waarin de behandeling rondom de patiënt is georganiseerd, inclusief een klantgerichte benadering. Op Verloskunde en Gynaecologie vertaalt zich dit onder meer in de gestructureerde begeleiding van moeders die borstvoeding (willen) geven, een integraal zorgpakket dat moeders met een keizersnede in staat stelt zo snel mogelijk weer naar huis te gaan en het handige Baby Aan Bed Systeem (BABS). Dat laatste is een babywiegje dat aan het bed van de moeder wordt geklikt zodat zij na de keizersnede vanaf het begin voor de baby kan zorgen en niet overal een verpleegkundige bij nodig heeft. En in het gebruik van Mosos natuurlijk. Verpleegkundige Fried Strik was nauw betrokken bij de invoering van een nieuw Mosos-systeem op de afdeling: ‘Al voor de eerdere fusie met Overvecht in 1999 werkten we hier met Mosos <CTG> en <P>. Dat was in 1997. We gebruikten het voornamelijk voor de brieven en voor bewaking. Maar na 10 jaar dagelijks gebruik begonnen we ons af te vragen hoe lang dit systeem het nog zou houden.’

Het Mosos-projectteam van Mesos
Een nieuw systeem
De implementatie van Mosos in Mesos Oudenrijn was rigoureus, in die zin dat de staf in korte tijd moest leren werken met Mosos Versie 7.2 in plaats van Versie 3. De eerste oriënterende stappen in dit traject werden door Mesos eind 2005 gezet en dat leidde het jaar daarop tot een opdrachtverstrekking. Eind 2006 vond de upgrade van Mosos <CTG> plaats en in maart 2007 werden Mosos <O> en <U> geïmplementeerd. Een groot voordeel hierbij was dat gynaecologe dr. Wilma Monincx al eerder werkte met Mosos <U>. Een poging om zelf een verloskundig ICT-systeem te ontwerpen, als uitvloeisel van haar proefschriftonderzoek Fetal monitoring at home in high-risk pregnancy (2000) leverde haar in ieder geval meer begrip op voor de complexiteit van de automatisering van de zorg. Wilma Monincx: ‘We hadden grote behoefte aan een moderner CTG-programma onder Windows en aan Mosos <O>, omdat we op drie verschillende locaties werken. Het is heel handig om als je mensen terugziet op het spreekuur direct alles bij de hand te hebben. Ook is het een hele vooruitgang dat we nu bijvoorbeeld bij de opleiding van verloskundigen en co-assistenten met één klik een partogram kunnen laten zien. Mosos <U> is verder ideaal voor onder andere de artikel 2 echo’s. De grootste omslag komt echter van Mosos <O>. We waren van plan om de papieren status in twee maanden uit te faseren, maar in de praktijk zien we toch dat het langer duurt voordat iedereen gewend is om zonder papieren status te werken. We zitten nu in een overgangsfase waarin we steeds vaker in de papieren status de woorden ‘zie Mosos <O>’ zien opduiken. Op termijn zullen we de mensen echt moeten gaan aanspreken om alle gegevens alleen nog in Mosos <O> in te voeren.’
Werkbegeleiding door BMA wérkt
De overgang naar een veel geavanceerder Mosos-systeem met bovendien een nieuwe in Mesos nooit eerder gebruikte module – Mosos <O> – lijkt vragen om problemen. In de praktijk is dat echter reuze meegevallen. Fried Strik: ‘Natuurlijk verloopt de acceptatie van een nieuw systeem met horten en stoten. Maar we hebben het wel over een gebruikersgroep van zestig mensen, van verpleegkundigen tot gynaecologen. Wat verder echt scheelt is dat de vier jonge gynaecologen in de maatschap heel erg gericht zijn op het gebruik van Mosos.’ Wilma Monincx verwacht dat het gewoon een kwestie van tijd is voordat iedereen een beetje gewend is aan het nieuwe systeem: ‘We hebben het gevoel dat met name Mosos <CTG>, <P> en <U> op de afdeling heel erg snel zijn opgepakt, eigenlijk binnen enkele weken. Zoals gezegd, de omslag zit vooral in Mosos <O> en in anders leren werken. In de praktijk zie je dat mensen toch vaak gegevens aan de balie invoeren, terwijl dat nu ook op de verloskamers zelf kan. Het enige nadeel dat ik zie is dat je als gebruiker naar bepaalde PC’s moet lopen om Mosos in te zien.’ Wat heel goed heeft geholpen bij de acceptatie was de training en werkplekbegeleiding door BMA. Fried Strik: ‘We zijn heel tevreden over de manier waarop de scholing door BMA is gegeven, namelijk in een gestructureerde train-thetrainer opzet door mensen uit de praktijk, waardoor wij de verdere scholing zelf kunnen doen.’ Monincx: ‘Iedereen in Mesos Oudenrijn heeft echt vol enthousiasme aan die trainingen meegedaan.’ Strik: ‘En op een dag halen we die papieren status gewoon weg.’