Nij Smellinghe Ziekenhuis, Drachten
Nij Smellinghe Ziekenhuis, Drachten
Ook in 2006 samenwerking Nij Smellinghe en BMA
Het Nij Smellinghe Ziekenhuis in Drachten begon in een villa, die op initiatief van de kerken in 1945 in gebruik werd genomen als ziekeninrichting. De TBC-patiënten werden in die tijd nog in tenten in de tuin ondergebracht. Er is sindsdien wel het een en ander gebeurd. In 2004 behaalde Nij Smellinghe een negende plaats in de Top 100 van het Algemeen Dagblad. Dit jaar werd die prestatie nog verbeterd en behaalde het ziekenhuis een schitterende vierde plaats.

Nieuw ZIS wordt gekoppeld met Mosos <O>
Nij Smellinghe is een modern ziekenhuis met 339 bedden, uitgebreide poliklinische voorzieningen en alle specialismen onder één dak. Nij Smellinghe streeft ook naar zoveel mogelijk papierloos werken. In november 2004 ging het ziekenhuis live met het CS-EZIS van ChipSoft. Gesteld voor de vraag naar een EPD voor de verloskunde viel de keuze echter al snel op Mosos <O> van BMA. Cees Meijer, directeur: “Vroeger doorliepen we als ziekenhuis met BMA taaie trajecten. Toen de nieuwe directeuren-eigenaren van BMA langskwamen dacht ik dan ook: ‘Ik moet het nog zien.’ Maar ze maakten een integere indruk, begrijpen wat klanten zijn en komen hun afspraken na. Ik heb nog geen wolkje kunnen ontdekken. We hebben daarom BMA en ChipSoft gezegd dat ze moeten zorgen dat er een koppeling komt tussen het CS-EZIS en Mosos <O>.” Die koppeling moet binnenkort haar beslag krijgen. Wim Loman, hoofd ICT: “We willen uiteindelijk toe naar een CCOW- of een COM-koppeling, omdat een dedicated EPD als Mosos <O> nu eenmaal in de meeste behoeften voorziet en we dus geen ander obstetrisch EPD willen. Dat betekent dat je als leverancier moet synchroniseren, zodat we à la minute in Mosos kunnen komen. Samen met ChipSoft zal BMA daarom binnenkort de ontwikkeling van een CCOW-oplossing ter hand gaan nemen.”

De klant ontwikkelt mee
Eén van de sterke punten van Nij Smellinghe is volgens Meijer de houding van de mensen die er werken: “We hebben hier een jonge staf, die ICT-minded is. Onze specialisten zitten meer op de lijn van meeontwikkelen.” Eén van die specialisten is gynaecoloog Harold Mous, die voor de maatschap fungeert als applicatiebeheerder van Mosos. In juni heeft BMA het bestaande Mosos-systeem vervangen door een geheel nieuwe configuratie, gebaseerd op Versie 6 onder SQL. Mous: “We hadden Mosos Versie 4, en dat heeft altijd goed gewerkt. Het beheer hebben we daarbij steeds in eigen hand kunnen houden. Op het moment dat we op zoek gingen naar een nieuw systeem waren er weliswaar alternatieven op de markt, maar voor ons heeft echt de doorslag gegeven dat het contact met Oscar Appeldoorn en Alex Holsbergen vanaf het eerste begin goed was. BMA heeft zich bijvoorbeeld zeer klantgericht opgesteld door mee te gaan in onze eis om zélf te bepalen welke hardware we willen gebruiken. Dat betekent in de praktijk dat we nu een goedwerkend systeem – Mosos Versie 6 – hebben, zoals wij dat als eindgebruiker hebben geconfigureerd.” Begin oktober volgt de implementatie van Mosos <CTG> WebConsole, die het mogelijk maakt via internet real-time toegang te krijgen tot een CTG dat op de verloskamer wordt geregistreerd. Het derde project in 2005 omvat de migratie naar Versie 7, inclusief de Bouwsteencorrespondentie met Mosos. Ineens van Versie 4 naar Versie 7 zou een te grote stap zijn geweest. Wim Loman: “Zo’n conversie is echt een hele slag. Door nu eerst de database te converteren en vervuilingen weg te halen bij de migratie naar Versie 6 wordt de verdere migratie naar Versie 7 uiteindelijk makkelijker.”

Morgen is alles mogelijk
Nij Smellinghe heeft een ambitieuze ICT-agenda. Het EMD en het EPD moeten binnen twee jaar operationeel zijn. Helemaal papierloos werken zal misschien niet lukken, maar papierarm werken wél. Via de inmiddels gerealiseerde koppeling met het Friese Zorgnet zullen patiëntgegevens elektronisch en veilig kunnen worden uitgewisseld met huisartsen en zorginstellingen. De agenda van Nij Smellinghe is vernieuwend en uitdagend, maar vraagt ook veel van de ICT-partners. Cees Meijer is er trouwens de man niet naar om ergens doekjes om te winden: “Enkele jaren geleden stond Mosos stil. Er kwam geen vernieuwing meer van BMA. Wat ik nu zie is dat er de wil weer is om dingen te ontwikkelen. En een grote bereidheid om met ons mee te sleutelen.” Dat komt goed van pas, want in 2006 zullen er – los van de te verwachten updates – ook nieuwe functionaliteiten aan Mosos moeten worden toegevoegd, en het zou kunnen dat sommige van die functionaliteiten mede zijn bedacht in Nij Smellinghe. Harold Mous: “Onze maatschap zou bijvoorbeeld heel blij zijn met de ontwikkeling van een klinisch dossier voor Mosos. Dat is iets waarin we graag met BMA zouden willen samenwerken.” Bij een ambitieuze ICT-agenda hoort ook een visie op de toekomst. Of beter misschien, een verwachting voor die toekomst. Harold Mous heeft desgevraagd eigenlijk geen bedenktijd nodig: “De koppeling van de eerste en de tweede lijn. Die moet er echt komen, of althans een voorzet daartoe.” Nij Smellinghe, de nummer vier in de top 100, heeft hoge verwachtingen van BMA. Er is werk aan de winkel.