UMC St. Radboud, Nijmegen
UMC St. Radboud, Nijmegen
Big bang-beslissing in UMC St. Radboud
Het UMC St Radboud is wat Verloskunde & Gynaecologie betreft van alle markten thuis. Met een kleine 1300 bevallingen per jaar is het ziekenhuis een grote speler in de regio. Aanstaande moeders komen, zeker als het om gecompliceerde zwangerschappen gaat, al snel in het Perinatologisch Centrum van het Radboud terecht.

Begin 2008 zette de afdeling Verloskunde & Gynaecologie de stap naar Mosos <CTG>, <P> en <O>, bijna direct gevolgd door de implementatie van het Klinisch Dossier. Na het LUMC in Leiden is het Radboud het tweede ziekenhuis in Nederland dat heeft gekozen voor het Klinisch Dossier van BMA, ondanks een eigen veelzijdig ziekenhuisbreed EPD. Dr. Liesbeth Scheepers is Chef de clinique Verloskunde in Nijmegen, en was vanaf het begin betrokken bij het aanschaf- en implementatietraject. Wat was de situatie? Scheepers: ‘De vraag was: als wij als Verloskunde een domeinspecifiek elektronisch dossier willen hebben, gaan we dat dan zelf ontwikkelen of schaffen we het aan? Professor Lotgering, ons afdelingshoofd Verloskunde, heeft ooit zelf een systeem ontwikkeld voor het Erasmus in Rotterdam, dus hij wist al hoe lastig dit was. Zelf ontwikkelen is bovendien duur, want inhoudelijk zal er toch een gynaecoloog op moeten blijven zitten. Voor ons gaf de doorslag dat BMA de intentie heeft geuit om met Mosos ook meer aandacht te gaan besteden aan de gebruikersgroep uit de derde lijn.’

In drie maanden van papier naar Mosos
Tot oktober 2007 werkte de afdeling nog met papieren dossiers. Waar mogelijk maakte men gebruik van het overigens uitstekende algemene EPD van het Radboud. Scheepers: ‘We hadden natuurlijk het EPD voor de correspondentie van andere specialisten en onder meer de lab- en PA-uitslagen. Maar onze eigen patiëntgegevens stonden op papier. In oktober 2007 kregen we toestemming van de Raad van Bestuur voor de aanschaf van Mosos. Begin 2008 zijn we begonnen met Mosos <CTG>, <P> en <O>, en toen we die hadden is de big bang-beslissing gevallen om ook het Klinisch Dossier te implementeren. Zelf vertrek ik per 1 juni naar Maastricht, dus het was van groot belang het te doen nu ik er nog de tijd voor had. Achteraf kunnen we zeggen dat alles buiten verwachting goed is gegaan. Het scheelde dat heel veel mensen uit de medische discipline hier Mosos al kennen en het in veel opleidingsziekenhuizen in de regio wordt gebruikt. Ook het werken in een elektronische omgeving is hier natuurlijk niet onbekend. Voor de verpleegkundigen op de verpleegafdeling was dat niet het geval. Voor deze groep was het werken met Mosos compleet nieuw en had het veel consequenties. Door veel te investeren in scholing en ondersteuning tijdens de implementatie bleef de groep enthousiast en gemotiveerd voor Mosos. Ik kan wel zeggen dat het een hele klus is geweest. Je moet al je bedrijfsprocessen bekijken en loopt dan tegen suboptimale processen aan. Die zul je toch moeten oplossen, anders krijgt het systeem weer de schuld. In dit stadium hebben we wel een draaiboek gemist. Het lijkt me dat ook andere ziekenhuizen en BMA zelf hier veel baat bij zullen hebben, een systematische checklist die aangeeft wat er moet gebeuren met de hardware en met de bedrijfsprocessen.’

Liesbeth Scheepers
Liesbeth Scheepers

Bijdragen aan de ontwikkeling van Klinisch Dossier
Voorafgaand aan de implementatie van Mosos op de afdeling zijn verpleegkundigen, gynaecologen en verloskundigen van het Radboud, gewapend met een verlanglijst, ook gewoon een dag gaan kijken in het LUMC in Leiden. Hier is het Klinisch Dossier de afgelopen maanden uitgebreid getest. Inmiddels draait het Klinisch Dossier in het Radboud sinds begin april 2008. Het is een nieuw systeem, dat zich goed leent voor uitbreiding en ontwikkeling. Per slot staat software nooit stil. Scheepers is vast van plan hier een steen bij te dragen: ‘Er staan zo veel gegevens in het Klinisch Dossier dat je moet oppassen dat het overzicht bewaard blijft. Verloskunde betekent vaak spoed. Je moet dus heel erg snel bij de essentiële gegevens kunnen. Daarom hebben we afgesproken om gegevens uniform te noteren met uniforme markeringen. Het mooie van het Klinisch Dossier is verder dat je zelf macro’s kunt maken om de gegevens op een andere manier goed toegankelijk te maken. In onze visie kan het Radboud een bijdrage leveren aan volgende versies van dit systeem. Neem het partusboek. Dat was bij ons al elektronisch, maar in veel andere ziekenhuizen staat dat nog gewoon op papier. Het Klinisch Dossier zou dus bijvoorbeeld kunnen worden uitgebreid met een elektronisch partusboek.’

Het is volgens Liesbeth Scheepers nog te vroeg voor een geheel onderbouwde evaluatie van Mosos op de afdeling (het Klinisch Dossier draait immers pas een drietal weken). Volkomen papierloos wordt het in haar ogen nooit, al was het maar omdat er buiten de afdeling heel veel andere mensen rondlopen die wél graag met papier blijven werken, of een ander systeem gebruiken. Van belang is voor haar vooral dat de afdeling er naar tevredenheid mee werkt. Aan de voorbereiding heeft het in elk geval niet gelegen: ‘We hebben heel veel gehad aan de training en werkplekbegeleiding door BMA. Die ondersteuning was gewoon goed.’