Ziekenhuisgroep Twente, Almelo en Hengelo
Ziekenhuisgroep Twente, Almelo en Hengelo

Ziekenhuisgroep Twente kiest opnieuw voor Mosos

In 1998 zijn het Twenteborg Ziekenhuis in Almelo en het Streekziekenhuis Midden-Twente (SMT) in Hengelo gefuseerd tot de Ziekenhuisgroep Twente (ZGT). De meer dan 3400 personeelsleden van de ZGT waken onder meer over de gezondheid van de patiënten in 1045 bedden. Twenteborg in Almelo en het SMT in Hengelo ondersteunen samen jaarlijks zo’n 2800 tot 2900 bevallingen op de twee afdelingen Verloskunde, beide bestaande uit verpleegkundigen, verloskundigen en gynaecologen, naast de kraamverzorgenden, secretaresses en zorgassistenten. En over de ICT in de verloskundige zorg hebben ze bij de Ziekenhuisgroep Twente duidelijke ideeën. Maar waar staan ze wat dat betreft eigenlijk zelf?

 

De Ziekenhuisgroep Twente en ICT

Carin Pipers was voorheen als informatiemanager verbonden aan de Ziekenhuisgroep Twente. Nu is zij extern adviseur van SKOPOS Rendementbouwers, die de ZGT onder meer heeft geholpen de migratie door BMA naar de nieuwste versies van Mosos <CTG> en <P> soepel te laten verlopen. Pipers: ‘In bepaalde opzichten is de ZGT op ICT-gebied een gemiddeld ziekenhuis, maar in andere opzichten lopen we echt voorop. We moeten niet vergeten dat een ziekenhuis een complexe organisatie is, en dat het succes van inzet van ICT altijd een zaak is van middelen, mensen en beheer. We zijn nu met tal van projecten bezig, waaronder een Enterprise PACS (Picture Archiving and Communications Systems) dat alle modaliteiten buiten de radiologie koppelt en de beelden met verslagen voor de specialisten op elke werkplek toegankelijk maakt. Er zijn nauwelijks ziekenhuizen die dat hebben.’ Tot de lijst van projecten behoort ook de migratie naar de nieuwste versies van Mosos <CTG> en <P>. In november 2007 zijn Mosos <CTG> en <P> geïnstalleerd op beide locaties van de ZGT. Hierbij werden ook de databases samengevoegd. Door het werken met één database is het veel gemakkelijker geworden een patiënte van de ene locatie naar de andere te verwijzen, doordat geautoriseerde gebruikers de patiëntgegevens overal kunnen inzien. In Twenteborg zijn verder verschillende werkstations mobiel gemaakt. Zowel Twenteborg als het SMT maakten al jaren gebruik van Mosos <CTG> en <P>, zij het dat het SMT up to date was en Twenteborg nog in een DOSomgeving op speciale PC’s met Status <P> werkte. Het functioneerde allemaal wel, maar er moest toch iets gebeuren. Arlette Drost is hoofd Verloskunde van Twenteborg: ‘We hebben goed op de markt rondgekeken en geconstateerd dat sommige andere spelers meer flexibiliteit leken te bieden. Dat vereiste weer wel dat veel toepassingen zelf op maat moesten worden gemaakt, en dan hadden we nog geen garantie dat het werkte.’ Agnes de Vries is haar collegahoofd in het SMT, en even nuchter als kritisch: ‘Bij het vergelijken van de verschillende systemen viel bijvoorbeeld op dat sommige systemen er grafisch heel mooi uitzagen. Maar dan hadden ze bijvoorbeeld weer geen koppeling met de LVR.’ Eén van de karakteristieken van de Ziekenhuisgroep Twente is nu juist de vervlechting van de verloskundige en de gynaecologische praktijk. Drost, de Vries en Pipers hebben de implementatie natuurlijk niet alleen gedaan. Ze werden ondersteund door een uitgebreide gebruikersgroep op de twee afdelingen, de Medisch instrumentatietechnicus Frank Pots en een betrokken systeembeheerder: Raymond Kamphuis.


Van links naar rechts: Carin Pipers, Arlette Drost en Agnes de Vries
Van links naar rechts: Carin Pipers, Arlette Drost en Agnes de Vries

Migreren, en nu?

Agnes de Vries is zeer tevreden over de nieuwe Mosos-systemen: ‘We hadden allemaal gedacht dat de impact groot zou zijn, maar dat was helemaal niet zo. Het is in feite een heel logisch systeem. Daarbij is er van de kant van BMA ook ruim voldoende aandacht besteed aan de scholing van de gebruikers. Het systeem zelf heeft voor ons grote meerwaarde: je kunt nu onafhankelijk van de werkplek inloggen, je hebt een completer overzicht van dag 1 tot week 42, en de digitale aanlevering aan de LVR is ideaal.’ Pipers: ‘De overgang van het oude naar het nieuwe systeem is eigenlijk niet zo groot gebleken, en dat zegt tegelijkertijd ook wel iets over de kwaliteiten van dit nieuwe systeem.’ Maar hoe nu verder? Arlette Drost: ‘We hebben bij BMA enkele licenties van Mosos <O> voor de poliklinische verloskunde aangeschaft. De werkwijze op de polikliniek is bij ons op dit moment nog een papieren traject. Ook de echo’s zijn bij ons nog niet echt digitaal. Daar willen we eerst samen met ons eerstelijnscentrum over piekeren. Maar eigenlijk zitten we in de fase dat we eerst Mosos <CTG> en <P> goed moeten doornemen, waaronder de mogelijkheid voor onze verloskundigen om een digitale ontslagbrief via Mosos te ontvangen.’ Brieven. Daar zijn er in een verloskundig traject natuurlijk altijd veel van, papierloos of niet. Carin Pipers: ‘Wij werken met twee maatschappen, maar het is op dit moment bijvoorbeeld nog niet mogelijk om een aparte brief per maatschap aan te maken. Dat heeft  met de software te maken. Wij zouden heel graag zien dat we de mogelijkheid krijgen om in de module verschillende soorten brieven in meerdere layouts te definiëren.’ (*) Pipers hecht er echter aan te melden dat de samenwerking bij de migratie naar de nieuwste versies van Mosos <CTG> en <P> vooral een positief gevoel heeft opgeleverd: ‘BMA is tijdens de implementatie naadloos ingesprongen met aanvullende capaciteit als dat nodig was. De samenwerking met onze eigen ICT-staf was echt heel goed.’

 

(*) Noot van de redactie: het betreft hier vergelijkbare mogelijkheden in <P> zoals die in Mosos <O> al aanwezig zijn.